“Je kunt net zo goed een varken op de elektrische stoel zetten”

“Je kunt net zo goed een varken op de elektrische stoel zetten”

Vandaag viert Nederland de afschaffing van de slavernij, 153 jaar nadat het in 1863 officieel verboden werd om slaven te bezitten op het Nederlands grondgebied. Pas tien jaar later zou dit proces daadwerkelijk ten einde gebracht worden, want de voormalige tot slaaf gemaakten werden nog tien jaar lang verplicht om tegen minimale betaling onder vergelijkbare omstandigheden hun werk op de plantages voort te zetten. ‘Keti koti’ heet het in het Sranantongo, het Surinaams: ‘de ketenen gebroken’. Bij de nationale herdenking werd gisteren in het Oosterpark in verschillende toespraken, van onder andere minister Bussemaker, P.C. Hooftprijswinnaar Astrid Roemer en NiNsee-voorzitter Antoin Deul, nog eens gewezen op de actuele doorwerking van deze tragische periode uit de Nederlandse geschiedenis.

Zelden is er over die doorwerking zo beklemmend geschreven als door Ernest J. Gaines in Een les voor het sterven, waarin een zwarte jongeman ter dood veroordeeld wordt in Louisiana, in het zuiden van de Verenigde Staten. Het boek, dat is gesitueerd aan het eind van de jaren veertig van de vorige eeuw, is doortrokken van segregatie en racisme. Het is een indringend portret van de arme zwarte bevolking als tweederangs burgers, met nauwelijks mogelijkheden tot goed onderwijs en carrière; van een wereld waarin een blanke advocaat zijn zwarte cliënt meent te moeten verdedigen, niet zozeer door diens onschuld te bewijzen, maar vooral door diens menselijkheid te ontkennen. Hieronder volgt een passage uit zijn pleidooi voor de rechtbank.

Geachte juryleden, zie hem eens – zie hem eens – zie dit. Ziet u hier een man zitten? Ziet u hier een man zitten? Ik vraag u, ik smeek, kijk aandachtig – ziet u hier een man zitten? Kijk naar de vorm van zijn schedel, dat gezicht zo plat als mijn handpalm – kijkt u diep in die ogen. Ziet u ook maar een greintje verstand? Ziet u hier iemand die een moord zou beramen, een overval, die welk plan ook – welk plan ook – welk plan ook kan bedenken? Een dier in het nauw dat uit angst snel uithaalt, een trek die hij geërfd heeft van zijn voorouders in de diepste jungle van het donkerste Afrika – ja, ja, dat kan hij – maar een plan bedenken? Een plan, geachte juryleden? Neen, heren, in deze schedel passen geen plannen. Wat u hier ziet is een ding dat bevelen opvolgt. Een ding dat het handvat van een ploeg vasthoudt, een ding dat uw katoenbalen oplaadt, een ding dat uw greppels graaft, uw hout hakt, uw maïs oogst. Dat is wat u hier ziet, maar u ziet niet iets dat in staat is een roofoverval of een moord te beramen. Hij kent zijn kledingmaat of zijn schoenmaat nog niet eens. Vraag hem de maanden van het jaar te noemen. Vraag hem of Kerstmis voor of na Vier Juli valt. Noem de namen van Keats, Byron, Scott, en kijk of in zijn ogen ook maar één moment van herkenning te zien is. Vraag hem een roos te beschrijven, of de Grondwet of de Bill of Rights aan te halen. Geachte juryleden, deze man zou een roofoverval beraamd hebben? Ach, excuseert u mij, excuseert u mij, ik had niet het oogmerk uw fijnzinnigheid te kwetsen door ‘man’ te zeggen – kunt u mij deze grove vergissing vergeven?

Geachte juryleden, wie zou het raken als u dit leven nam? Kijkt u naar de tweede rij. Alstublieft, kijkt u eens. Ik verzoek u, goede heren, alle twaalf, om uw hoofd te wenden en naar die tweede rij te kijken. Wat u daar ziet heeft alles voor hem betekend – moeder, grootmoeder, peetmoeder – alles. Kijkt u naar haar, geachte juryleden, kijkt u goed naar haar. Neemt u dit van haar weg, dan zal zij niets meer hebben om voor te leven. Misschien zien wij nauwelijks iets in hem, maar voor haar is hij haar bestaansreden. Overdenkt u dat, heren, overdenkt u dat.

Geachte juryleden, wees genadig. Om Gods wil, wees genadig. Hij is onschuldig aan alle aanklachten die tegen hem zijn ingebracht.

Maar stel nu eens van niet. Stel nu eens voor een moment van niet. Wat voor recht zou het doen om zijn leven te nemen? Recht, heren? Welnu, je kunt net zo goed een varken op de elektrische stoel zetten als dit.

Een les voor het sterven
Ernest J. Gaines
Vertaald uit het Engels door Samuel Vriezen