‘Scheermessen zijn scherp, zij zijn scherper’

Abdelkader Benali
Inleiding bij Taqwacore van Michael Muhammad Knight

Jehangir Tabari is een kind van Johnny Rotten en Mansur Al-Hallaj. Iedereen weet wie Johnny Rotten is: de voorman van de Sex Pistols, de man die punk belichaamde. Vleesgeworden transgressie. Bijna niemand weet wie Mansur Al-Hallaj uit Perzië is. Tabari weet het echter wel en Yusef, zijn goede vriend en verteller van Taqwacore, weet het ook, en met reden. Mansur Al-Hallaj symboliseert voor hen, liefhebbers van islam en punk, het meest radicale antwoord op de geïnstitionaliseerde islam, op geloofstwijfel, op de corporate culture van de VS. Al-Hallaj is hun symbolische vader die de conservatieve, naar binnen gekeerde umma, de moslimgemeenschap, tot de orde roept. Wat Johnny Rotten voor de westerse popmuziek heeft gedaan door popmuziek zijn destructieve kracht weer terug te geven, deed Al-Hallaj voor de islam.

taqxPunk was een schandaal, moslim zijn in Amerika is een schandaal. Tabari en zijn gideonsbende van broeders en zusters houden zich strikt aan de voorschriften van de islamitische praktijk. Om vervolgens, als de gebeden in religieuze slagorde verricht zijn, als de zegen is uitgesproken en het bidmatje opgerold, met elkaar in de clinch te gaan over alles wat Allah geboden en verboden heeft. Scheermessen zijn scherp, zij zijn scherper.

Het is een Amerikaans talent om een verwarrende ervaring om te zetten in een vorm van fictie waar de menselijke stem overdonderend boven alles uitstijgt, waar het verlangen naar liefde, naar seks, naar zonde, naar dood vanaf druipt. Taqwacore is zo Amerikaans als Walt Whitman, Easy Rider en Johnny Cash. De term is een samentrekking van taqwa, overgave en nederigheid jegens God; en core, als in ‘hardcore’.

Volgens de islamitische traditie wapenen de gelovigen zich tegen de uitdagingen van het leven met gebeden en regels – de veiligheid die het geloof biedt is al bescherming genoeg. Geen boek dat de helende aantrekkingskracht van de islam op westerse jonge mensen zo onverbloemd en warm weet weer te geven als dit onderhavige geschrift. Labbaik Allahumma labbaik: hier sta ik, Allah, tot uw dienst.

Wat is Taqwacore dan – de totale overgave van het geloof of het nihilistische wereldbeeld van punk? De helden van dit verhaal kiezen in de strijd voor het meest radicale antwoord dat een punker en een gelovige kan kiezen: het is allebei. Én de blasfemie én de overgave. Én de roes én het omhelzen van de groep. Én de harde muziek én de onvoorwaardelijke stilte.

Pagina na pagina overdondert Michael Muhammad Knight de lezer met zijn zelfverzekerde kennis van de spirituele islam waarin de ziel maatgevend is. Vervolgens haalt hij met dezelfde energie zelfbewust en rauw uit naar de middelmatigheid van datzelfde geloof. In die zin is Knight een kind van Al Haqq, de Iraakse soefist en filosoof uit de veertiende eeuw die het eerste uitgangspunt van de islam formuleerde:  la ilaha illa Allah, er is geen god dan God. Hij werd zelf die god. In lange, tranceachtige bewegingen waarin hij de naam van God reciteerde totdat hij er dronken van werd, geraakte hij zo dicht bij het sublieme dat zijn naam samenviel met die van de Schepper. Ana Al Haqq. Een daad van punk. Een daad van blasfemie die hij moest bekopen met de dood.

Amerika is één grote moskee die in alle richtingen naar Mekka wijst. De bevrijdingstheologie van de islam wordt op het feestje van Tabari en zijn broeders en zusters een eclectisch soefibacchanaal waar in het verlangen naar eenheid de schrilste klanken klinken. In de punk werd de grens tussen publiek en zanger opgeheven, de grens tussen wat werd gehoord en wat werd begrepen. Het deed er niet meer toe. Het ging om het vuur dat likte. Zo ook in dit boek. Het brandt.